Met pionnen worden meerdere afstandsmarkeringen op het veld opgebouwd. De spelers stellen zich achter elkaar op bij de linker bovenste pion. Per station mogen niet meer dan 4-6 spelers staan.
Verloop
De speler sprint naar de eerste pion en weer terug. Weer bij de pion aangekomen heeft hij een onvolledige pauze van 30-60 seconden, waarin hij zich langzaam naar de naburige pion begeeft. Daar sprint hij na de pauze naar de 30 meter verwijderde pion en weer terug enz. Wanneer hij alle afstanden in sprint heeft afgelegd, is de ronde beëindigd. De volgende speler start zodra de vorige speler de eerste pion heeft bereikt. In totaal worden 10 ronden afgelegd.
Tip
Bij het sprinten/lopen wordt in pashouding op de voetballen gestart. In het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het zwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afzetten via de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik heft zich en de stapfrequentie wordt groter. De armen worden alternerend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, dan gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief mee bewogen. Na de eerste 3-4 stappen op de voetballen wordt nu over de gehele voet afgerold (hak, zool, voetballen), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de pasfrequentie stijgt tot het maximum. - 18 pionnen
Trainingsattributen
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balFitnessprogrammaBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid