Er worden twee sprintparcours met hordestation spiegelverkeerd ten opzichte van elkaar opgebouwd. Bij het telkens voorste pion stellen de spelers zich achter elkaar op. Bij elk startpion van de twee parcours staat hetzelfde aantal spelers. Per oefeningsopbouw moeten niet meer dan 10-12 spelers staan.
Verloop
De twee spelers van de parcours starten op commando van de trainer/een medespeler met een achterwaartse loop tot het eerste pion. Daar wisselen ze zo snel mogelijk naar de voorwaartse loop, maken een korte aanloop naar de horden die ze in zijwaartse skipping (2 taps voor, 2 tussen, 2 achter en opnieuw 2 taps tussen de stangen) doorlopen. Dan volgt een korte sprint voorwaarts tot het volgende pion, waar opnieuw gedraaid wordt en in achterwaartse loop tot het doelpion gelopen wordt. Zodra de speler bij de horden met de skippings begint, start de volgende speler. Alternatief: Groepswedstrijd. De twee groepen lopen tegen elkaar. Zodra een speler van de betreffende groep het doelpion heeft aangeraakt, mag de volgende speler starten.
Tip
- Korte bodemcontacttijd. - Achterwaartse loop: De benen worden in gebogen positie op de voetballen naar achteren bewogen. De armen zijn gebogen en gaan in de tegenbeweging. Het bovenlichaam is licht naar voren gebogen. - Skipping: korte, snelle bewegingen op de voetballen (niet op de hele voet). De hakken mogen de grond niet raken, de benen/armen zijn gebogen en pendelen volgens de natuurlijke tegenloopbeweging (rechterarm/linkervoet) mee. Het bovenlichaam is naar voren gebogen. Korte bodemcontacttijd, hoogste tempo. - Snelle, explosieve draaien om de pionnen. - Bij de sprint wordt in passtand op de voetballen gestart. In het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het zwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afduwen over de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik komt omhoog en de pasfrequentie vergroot zich. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 stappen op de voetballen wordt nu over de hele voet afgerold (hak, zool, voetbal), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de pasfrequentie stijgt tot het maximum. - 8 pionnen, 4 horde(n)
Trainingsattributen
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid