Opbouw van een ringenparcours volgens de afbeelding. De keeper staat achter de eerste ring, de keeperstrainer (KT) met de ballen ca. 16-20 meter verderop.
Verloop
De keeper springt in het hoogste tempo door de ringen, zonder deze te raken. Daarna krijgt hij een hard geschoten dropkickschot van de KT in het vangbereik. Alternatief: De keeper loopt met skipping/kniehefloop door de ringen, daarna volgt een volleyschot of een stuitschot door de keeperstrainer.
Tip
- Belangrijk is dat de ringen niet worden geraakt. - Handpalmen zijn open, geen vuisten maken. - Lopen op de voorvoeten, niet op de hele voet resp. de hiel. - Korte grondcontacttijd. - Kniehefloop: Het rechter been wordt omhoog in de maximaal hoogste hoekpositie gezwaaid. De linker (gebogen) arm gaat eveneens in de opwaartse beweging. Het linker been is bijna gestrekt. De speler beweegt zich op de voorvoeten. Zet de rechter voorvoet op de grond, dan volgt dezelfde bewegingsafloop met links. Het bovenlichaam is rechtop. Korte grondcontacttijd, hoogste tempo. - Skippings op de hele voet: Geringe bewegingsamplitude van de benen. Afrollende voetbeweging van de tenen over de voorvoeten naar de hielen. Armen zijn gebogen, het bovenlichaam licht naar voren gebogen. - Kort voor het balcontact door de KT maakt de keeper een kleine tweebenige tussensprong of een korte stap naar voren, spreidt de armen zijwaarts uit, buigt iets in de knieën en staat op de voorvoeten. De voeten wijzen in de richting van de trainer en staan ongeveer heupbreed uit elkaar, het bovenlichaam wordt licht naar voren geleund en de ogen fixeren de bal. - Het lichaam moet bij de afweeractie altijd achter de bal worden gebracht. - Bij de afweeractie mag de keeper nooit naar achteren vallen. - 5 ring(en), 1 groot-veld-doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
BalcontroleSchottraining
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttraining