Opbouw van een stangenparcours volgens de afbeelding. De keeper staat aan de ene kant van de opbouw, de keeperstrainer (KT) 15 meter verderop met de ballen aan de andere kant.
Verloop
De keeper loopt in sidestep door de stangen. Belangrijk daarbij is dat hij de oefening zuiver uitvoert, dus geen stangen raakt, korte stappen maakt, nauwe beenstand en toch een hoog tempo heeft. Komt de keeper na de laatste stang tot stilstand, dan volgt een laag schot van de KT richting doel. Intensiteit: 5-7 herhalingen.
Tip
- Sidesteps voorwaarts/achterwaarts: In zijwaartse looprichting worden de benen parallel afwisselend uit elkaar en samen gebracht, de armen pendelen daarbij in gelijk ritme met de beenbeweging mee. - Zodra de keeper de laatste pion is gepasseerd, komt het schot van de trainer. - Kort voor het balcontact door de KT maakt de keeper een kleine tweebenige tussensprong of een korte stap naar voren, spreidt de armen zijwaarts uit, buigt iets in de knieën en staat op de voorvoeten. De voeten wijzen in de richting van de trainer en staan ongeveer heupbreed uit elkaar, het bovenlichaam wordt licht naar voren geleund en de ogen fixeren de bal. - Het lichaam moet bij de afweeractie altijd achter de bal worden gebracht. - Bij de afweeractie mag de keeper nooit naar achteren vallen, maar altijd naar voren. - Zijwaarts verschoven sprongen (skieerbeweging): Met licht naar voren gebogen bovenlichaam wordt, afwisselend met het rechter en linker been, zijwaarts naar voren gesprongen (met het rechter been naar rechts voren en met het linker naar links voren). Belangrijk is dat de afzet en de landing via de voorvoeten plaatsvinden. De armen zwaaien ondersteunend mee. Zet het standbeen na de afzet neer, dan is het andere been gebogen (geen grondcontact). De blik is recht vooruit gericht. - 5 stang(en), 5 horde(n), 1 groot-veld-doel(en)