Opbouw van een parcours volgens de afbeelding. De spelers verdelen zich gelijkmatig over de stations en stellen zich achter elkaar op. De eerste speler bij elk station heeft een bal.
Verloop
Station 1: Slalomdribbel binnendoor. Station 2: Slalomdribbel om de pionnen heen. Station 3: Slalomdribbel door de pionnen. Station 4: Tempodribbel, daarbij steeds een pion met de bal omcirkelen en bij het volgende gewoon langs dribbelen. Station 5: Tempodribbel in het slalomparcours met rechts-/linksdraaien om de pionnen.
Tip
- Lopen op de voetballen, niet op de hele voet c.q. de hak. - Losjes, lichtvoetig optreden, niet stampen. - Alle oefeningen worden met bal uitgevoerd. - Snelle, nauwe balcontrole. - Steeds weer richtingsveranderingen. - Het bovenlichaam is bij het begin van het dribbelen licht naar voren gebogen. Bij het stoppen ennterughalen van de bal richt het zich iets op. - Niet in achterwaartse houding gaan. - De armen zijn in de elleboog gebogen en worden zijwaarts van het lichaam, volgens de normale armbeweging bij het lopen, meegevoerd. - De bal wordt slechts licht ("zacht") geraakt. Er moet een fijn gevoel voor de bal worden opgebouwd. - De blik moet regelmatig van de bal losgemaakt worden (wisselende blik richting bal en naar voren). - Tempo hoog houden. - Zo veel mogelijk balcontacten. - De passen door de hordedoelen en over de horden moeten precies getimed zijn. - 42 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelen
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid