Tip
- Lopen op de voetballen, niet op de hele voet c.q. de hak. - Losjes, lichtvoetig optreden, niet stampen. - De aan het lichaam gebogen armen bewegen zich afwisselend met de benen mee. Niet van het lichaam af (geen doelpuntviering). - Snelle, korte bewegingen. - Skipping: korte, snelle bewegingen op de voetballen (niet op de hele voet). De hakken mogen de grond niet raken, de benen/armen zijn gebogen en pendelen volgens de natuurlijke tegenloopbeweging (rechterarm/linkervoet) mee. Het bovenlichaam is naar voren gebogen. Korte bodemcontacttijd, hoogste tempo. - Eenbenige sprongen: Dienen voor de ontwikkeling van de afzetkracht (verhoging van de maximale en explosieve kracht bij beperkte afzettijd), oftewel de startsnelheid. Er wordt vanaf de rechter voetbal naar voren gesprongen en met dezelfde voet op de bal geland. Kort bodemcontact met explosieve sprint. De linkervoet zet naar voren bewegend neer. - Sidesteps voorwaarts/achterwaarts: In zijwaartse looprichting worden de benen parallel afwisselend uit elkaar en samen gebracht, de armen pendelen daarbij in gelijktakt met de beenbeweging mee. - Er wordt gekopt met het voorhoofd. - De nek wordt bij de rechte kopbal niet zijwaarts bewogen, maar van achteren naar voren. - Bij de zijwaartse kopbal wordt het hoofd vanuit de rechte positie tot 45 graden naar de zijkant gedraaid. - Vaart wordt uit het holkruis gehaald (boogspanning). - Bal aankijken; bij de kopbal zijn de ogen gesloten (dit is een natuurlijke reflex en niet te veranderen!). - Armen zijn gebogen, handen (meestal als vuist) wijzen naar boven en dienen om vaart te halen. - Standbeen moet 30 - 40 cm zijwaarts naast c.q. op hoogte van de bal geplaatst zijn. - Het bovenlichaam is licht over de bal gebogen. - De voet wordt van boven naar beneden gezwaaid. - 5 pionnen, 15 horde(n)