Elke speler heeft een bal. Opbouw van een pionnenvierkant of vrij in de ruimte.
Verloop
Kort dribbling met aansluitende dubbele uitvoering van de pirouette rechts/links. Vervolgens de bal in skipping met de zool achterwaarts afwisselend telkens tweemaal rechts/links voeren. 1 - 6: Pirouette/start met rechts 7 - 11: Pirouette/draaiing omgekeerde richting/start met links 12 - 15: Telkens tweemaal skipping rechts/linksn
Tip
Pirouette: - De speler start met een dribbling. Wanneer hij de pirouette met de rechtervoet inleidt, plaatst hij daarvoor de rechter zool op de bal (het kniegewricht vormt een hoek van 90 graden), draait zich 180 graden naar links (linkerschouder gaat naar achteren) en zet de rechtervoet links naast de bal neer. Met het tweede balcontact wordt de bal met de linker zool (linkerbeen eveneens gebogen als eerder rechts) naar achteren getrokken en zich nogmaals 180 graden gedraaid. Nu is de speler weer in de uitgangspositie. Bij dit bewegingsverloop wordt het linkerbeen in de draaibeweging links van de bal neergezet en de bal met de rechter buitenkant naar de rechterzijde verder gevoerd. - Eerst langzaam instuderen. - Voor de juiste draaiing kan de hand de schouder pakken waarnaar gedraaid wordt. - Snelle, vloeiende beweging. Skipping/zool: - Het bovenlichaam is licht naar achteren gebogen. - Op de voetballen bewegen (niet met de hak neerkomen). - Tenen zijn opgetrokken. - Korte bodemcontacttijd. - 4 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsSchottraining