Elke speler heeft een bal. Opbouw van een pionnenvierkant of vrij in de ruimte.
Verloop
De bal vanuit de dribbel met de rechterbinnenkant naar links spelen. Op het moment dat de bal de rechtervoet verlaat, volgt een korte zijwaartse sprong naar links (afzet met het linkerbeen en balaanraking zijn één beweging). Zodra de speler met de linkervoetbal opkomt, drukt hij zich direct weer af en springt naar rechts naast de bal. De sprong moet zo getimed zijn dat de bal nu direct met de linkerbuitenkant verder gevoerd kan worden. Na het buitenkantcontact wordt de bal direct weer met de linkerbinnenkant naar rechts gespeeld. Tegelijkertijd volgt een zijwaartse sprong naar rechts (dit keer geschiedt de afzet door het rechterbeen). Zodra de speler met de rechtervoetbal opkomt, drukt hij zich direct weer af en springt naar links naast de bal, zodat de bal met de rechterbuitenkant verder gevoerd kan worden. Nu wordt de bal afwisselend 3 x rechts/links met de voetzool als skipping voorwaarts gespeeld. (Dubbelsprong-finte/voetzool) 1-3: Balmeename met de rechterbinnenkant en sprong op de linkervoetbal + gelijktijdige afzet naar rechts 4-5: Landing op de rechtervoetbal + balmeename met de linkerbuitenkant 5: Linkerbeen gaat over de bal naar links 6-8: Balmeename met de linkerbinnenkant en sprong op de rechtervoetbal + gelijktijdige afzet naar links 9-10: Landing op de linkervoetbal + balmeename met de rechterbuitenkant 11-16: Skipping drie keer in rechts/links afwisseling
Tip
Dubbelsprong-finte: - Het optillen van het balspelende been en de afzet naar de andere kant zijn één bewegingsverloop. - De bal wordt slechts licht zijwaarts verspeeld. - De dubbelsprongfinte bestaat uit twee direct op elkaar volgende sprongen met enorm korte grondcontacttijd. - De speler beweegt zich op de voetballen (niet hele voet/hiel). - Er is een hoge mate van fijne coördinatie en techniek vereist met juiste starttiming. - Het bovenlichaam beweegt bij de springfinten zijwaarts en is licht naar voren gebogen. - Beide kniegewrichten zijn gebogen. - De blik gaat afwisselend van de bal naar boven om de looprichting en het speelveld te zien. Skipping/voetzool: - Het bovenlichaam is licht naar achteren gebogen. - Op de voetballen bewegen (niet met de hiel opkomen). - Tenen zijn opgetrokken. - Korte grondcontacttijd. - 4 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsSchottraining