Op het veld worden vier pionnenvierkanten volgens de afbeelding ten opzichte van elkaar opgebouwd. In elk van de vier pionnenvierkanten gaan drie spelers. Elke speler heeft een bal.
Verloop
De teams hebben in elk vierkant verschillende technische opdrachten uit te voeren. Op signaal van de trainer wisselen ze, via de voorgeschreven loopwegen, in tempodribbel naar het volgende veld met de volgende, nieuwe technische opdracht. De loopwegen van de groepen zijn afwisselend steeds een keer diagonaal en dan een keer verticaal (zie pijlen afbeelding).n Voorstellen voor de toewijzing van technische opdrachten in de vierkanten: - Wit vierkant: Verschillende finten (bijv. overstap of pirouette). - Rood vierkant: Jongleren (bijv. 2x voet, dan 2x bovenbeen enz.). - Geel vierkant: Verschillende balgeleidingstechnieken (bijv. bal geleiden alleen met de rechter binnenkant of alleen met de voetzool). - Blauw vierkant: Coördinatieve oefeningen met bal (bijv. bal omhoog schieten en met de binnenkant meenemen).
Tip
- Steeds weer concentratie, nauwkeurigheid en tempo eisen. - De afzonderlijke oefeningen aan het begin voor de groep voordoen. Dan de spelers het geziene laten nadoen en in de foutcorrectie gaan resp. de details van de betreffende techniek uitleggen. - Steeds weer de fouten corrigeren, zodat er geen verkeerde automatismen inslijpen. - Oefeningen altijd tweevoetig laten uitvoeren. - Waarde hechten aan de geaccentueerde uitvoering van de lichaamsschijnbewegingen. - Pionnenvierkanten moeten in tempo worden aangelopen. - 16 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucs