Er worden vier kleine vierkanten zo opgebouwd dat ze samen een groot vierkant vormen. De spelers positioneren zich met ballen volgens de afbeelding aan de kopkant tussen de pionnen.
Verloop
De spelers E + D starten gelijktijdig parallel. Beiden dribbelen met de bal aan de voet naar het middelste pionnengoaltje. Zodra ze met het dribbelen starten, sprinten B resp. A diagonaal en proberen de aanstormende speler eraan te hinderen naar de andere kant te dribbelen. Komt de verdedigende speler in balbezit, dan probeert hij meteen naar de tegenoverliggende kant te dribbelen en de aanvaller wordt verdediger. Vervolgens stellen alle spelers zich aan de tegenoverliggende kant opnieuw op.
Tip
- Verdedigend duel (balverovering is het hoogste doel! Niet de bal wegtrappen.) - Positionering van het lichaam zodanig dat de tegenstander van het doel weg naar buiten wordt gedrongen. Weg naar de achterlijn dichtmaken. Zijwaarts staan, kant aanbieden; de tegenstander daarheen lokken waar ik hem wil hebben; dan het lichaam ertussen schuiven om de bal te veroveren. - Op de voetballen staan, niet op de hele voet. - Proberen het tempo van de tegenstander te verminderen. (Zo moet tijd voor de in de wedstrijd aanwezige andere verdedigers worden gewonnen.) - AanvalsduelndIndien mogelijk in het hoogste tempo op de tegenstander afgaan. Bij langzaam tempo proberen een lichaamsschijnbeweging toe te passen. - 9 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucs
Tactiek
Tactiek
Spelersgedrag
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid