De keeper staat 2-3 m voor zijn doel. Ongeveer 8-10 m van hem vandaan staat de keeperstrainer (KT) met de ballen. Op de middenlijn staat centraal een klein doel.
Verloop
De KT speelt een lage terugpass op de keeper. Deze past de bal direct in het op de middenlijn staande doel. De bal moet het doel als vluchtbal bereiken. Intensiteit: Ca. 20 passes.
Tip
- Steeds opnieuw nauwkeurigheid en tempo eisen (de langzame uitvoering leidt op den duur niet tot spelgericht succes). - Het standbeen moet 30-40 cm zijwaarts naast respectievelijk ter hoogte van de bal worden geplaatst. - Wreeftrap (volle wreef): De voetpunt wijst naar beneden, het enkelgewricht is aangespannen en het bovenlichaam licht over de bal gebogen. Trefvlak is het achterste gedeelte van de wreef. Voor een grotere vlieglengte van de bal kan de speler het bovenlichaam iets naar achteren buigen. - Binnenkantpass: De bal wordt deels met de binnenkant en deels met de volle wreef gespeeld. Het standbeen staat zijwaarts naast de bal en het bovenlichaam van de speler gaat in een schuine houding. De voettenen wijzen naar beneden, vergelijkbaar met de voethouding bij de wreeftrap. - Binnenkantschot/-pass: De voetpunt wijst naar boven, het enkelgewricht is stevig aangespannen en 90 graden naar buiten geklapt. De trapvoet wordt licht opgetild. De bal moet in het midden worden geraakt. Het lichaam over de bal brengen en daarbij vermijden in een holle rug te gaan. - 1 klein doel(en), 1 groot doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
BalcontrolePasstrainingSchottraining
Tactiek
Tactiek
Spelopbouw
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttraining