Tip
- Het traplopen belast extreem de beenstrekkers, de bilspieren en de spieren van de achterkant van het bovenbeen. Doordat het hart bij deze vorm van krachttraining zeer sterk wordt belast (hartfrequentie stijgt snel), bereikt men door deze training goede cardiale belastingsaanpassingen. - Bij het trap-op-lopen wordt alleen op de voetballen gelopen. De hielen raken de treden niet. - Bij de sprint wordt in spreidstand op de voetballen gestart. In het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het zwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afzetten over de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik gaat omhoog en de pasfrequentie neemt toe. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, dan gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 passen op de voetballen wordt nu over de hele voet afgerold (hiel, zool, voetbal), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de pasfrequentie stijgt tot het maximum. - Skipping: korte, snelle bewegingen op de voetballen (niet op de hele voet). De hielen mogen de grond niet raken, de benen/armen zijn gebogen en pendelen mee volgens de natuurlijke tegenbeweging (rechterarm/linkervoet). Het bovenlichaam is naar voren gebogen. Korte grondcontacttijd, hoogste tempo. - Sprong: Beide benen zijn gebogen. De armen worden in de tegenbeweging meegezwaaid. Het bovenlichaam is rechtop. - 3 pionnen