← terug naar overzicht
Variërend passeerwerk met positiewisseling I
20 min
Voetbal Oefening

Variërend passeerwerk met positiewisseling I

Organisatie

Er wordt een pionnenvierkant opgebouwd, waarin zes spelers zich positioneren. De spelers van de twee dubbel bezette posities hebben elk een bal.

Verloop

De balbezittende spelers A+C passen gelijktijdig naar hun tegenoverstaande spelers (B+D) en lopen vervolgens hun pass achterna. De spelers B en D leiden de bal dan diagonaal door en lopen naar de posities van A en C. Het passeerwerk vindt dus altijd afwisselend plaats tussen verticale (pass in de diepte) en diagonale pass naar de medespeler.

Tip

- De blik moet op het gehele speelveld gericht zijn, om niet het moment van de volgende pass te missen. Verdere belangrijke kenmerken: - Het standbeen moet op 30-40 cm afstand zijwaarts naast of op hoogte van de bal geplaatst worden. - Bij de binnenkant voet-pass wijst de voetpunt omhoog, de enkel is stevig aangespannen en het bovenlichaam is licht naar voren over de bal gebogen. - Op de bal van de voet staan, speelvoet licht optillen en de bal in het midden raken. Lichaam over de bal brengen en niet naar achteren in het holle kruis gaan. - Na het raken van de bal het been doorswaaien en tegelijkertijd in de loopbeweging overgaan. - Bij de wreefpass is de enkel gestrekt, tenen wijzen naar de grond en het bovenlichaam is licht over de bal gebogen - Bij het spelen van de bal met de buitenkant voet kan men makkelijk naar achteren leunen. - Bij de binnenkant voet-trap beweegt men zich zijwaarts verschoven naar de bal, het lichaam gaat in een schuine positie. - 4 pionnen

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Balcontrole Passtraining

Conditie

Conditie
Krachttraining

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
20 min
Trainingsopbouw
Warming-up Hoofddeel
# Spelers
6 - 9 spelers
Trainingsvorm
Individueel training Groepstraining
Oefeningniveau
Gemiddeld
Trainingslocatie
Zaal Veld