Twee spelers staan achter elkaar. De voorste speler sprint en bouwt daarbij verschillende richtingsveranderingen in. De achterste speler sprint in hetzelfde tempo erachteraan en imiteert de looproute van de voorman. Loopindeling per ronde: 10 meter draven, 10-20 meter lineair sprinten, 10 meter draven en 10 meter sprinten met richtingsveranderingen naar rechts en links. Elke speler sprint 6x. Na elk dubbelblok 60 seconden pauze.n
Tip
- Bij de sprint wordt in pashouding op de voorvoet gestart. In het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het zwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afzetten over de voorvoet wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik komt omhoog en de pasfrequentie wordt groter. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 passen op de voorvoet wordt nu over de hele voet afgerold (hiel, zool, voorvoet), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de pasfrequentie stijgt tot het maximum. - Steeds weer lichaamsschijnbewegingen en richtingsveranderingen inbouwen.
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Schijnbewegingen/trucs
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid