Op beide kopzijden van het veld wordt een doel geplaatst, waarin telkens een keeper gaat. 9 veldspelers worden volgens de afbeelding op het speelveld gepositioneerd. Links en rechts naast de doelen gaan telkens twee spelers, op het middenpunt positioneert zich een aanspeelpunt. De ballen zijn naast de doelen.
Verloop
De aanvalsvariant begint met een lange pass van speler A naar aanspeelpunt C (1), waarna A schuin richting middenlijn wegloopt. C passt nu direct in de loop van de tegemoekomende speler B (2), die een dubbele pass met A speelt (3+4), de bal in het hoogste tempo meeneemt en tot een doelschot komt (5). Speler A positioneert zich vervolgens links en B rechts naast het doel. Aansluitend starten de blauwe spelers dezelfde speelzet in de tegenovergestelde richting.
Tip
- Bij de uithaalbeweging van passspeler A start speler B. - De pass moet in de looplijn van de balverwachtende starter gespeeld worden. - De passspeler moet de looplijn van de balverwachtende speler observeren. - Speler B probeert de bal in de buurt van het doel met weinig contacten te controleren en zo snel mogelijk tot een doelschot te komen. - 2 grote doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameDribbelenPasstrainingSchottraining