Het aanvallende team is op hoogte van de 16-meterlijn gepositioneerd. De oefening wordt op een speelveldhelft op een doel getraind. De rechter middenvelder H plaatst zich in halflinkse positie voor de uitvoering van de vrije trap. Bij hem zijn de ballen. De twee spitsen worden in het strafschopgebied tussen strafschoppunt en strafschopgebiedgrens op gelijke hoogte gepositioneerd. De rechter centrale verdediger C staat centraal en iets naar achteren verschoven tussen de beide spitsen. De linker centrale verdediger B en de halfrechtse middenvelder G worden op de hoogte van de strafschopgebiedgrens, iets rechts van de halve cirkel van het strafschopgebied geplaatst. De rechter buitenste middenvelder E wordt in de centrale achterruimte gepositioneerd en speler A begeeft zich in de achterruimte van speler H. Op hoogte van de middenlijn staan de buitenverdedigers D en de halflinkse middenvelder F, geplaatst. Speler-/positielegenda: Basisopstelling TW = Keeper A = linker buitenverdediger B = linker centrale verdediger C = rechter centrale verdediger D = rechter buitenverdediger E = linker buitenste middenvelder F = halflinkse middenvelder G = halfrechtse middenvelder H = rechter buitenste middenvelder I = linker spits J = rechter spits
Speler H speelt een dubbele pass met de aankomende spits I. Vervolgens heeft hij de optie om na een korte dribbel op het doel te schieten (3.1) of een voorzet (3.2) in het doelmidden te spelen. Met de uithaalbeweging van speler H zetten de aanvallende spelers zich in beweging. Spits I haakt na zijn pass af en loopt richting doelmidden. Spits J loopt richting 1e paal. Speler C sprint naar de eerste paal, B loopt richting 5-metergebied en strafschoppunt en speler G richting tweede paal. Na elke vrije trap worden de oorspronkelijke posities weer ingenomen en de volgende ronde start. In het begin zonder tegenstanders instuderen, om automatismen te ontwikkelen. Later met tegenstanders en uiteraard van beide kanten trainen.